Toen Jochem zich niet goed voelde en tante Maria op reis was om bij te komen van de schrik van de laatste dagen, stond Jochem er alleen voor en moest hij zelf wankelend van de koorts warme kompressen met citroen klaarmaken die hij terug in bed om zijn voeten probeerde te wikkelen, hoe onhandig hij daar ook in was.
Oom Henry vertelde later aan zijn dame in de kroeg dat zijn neef Jochem moeilijk lag en dat hij hem helemaal niet goed vond die avond, Jochem had raar uit zijn ogen gekeken, maar dat hij nooit lang kon blijven, maar toch zo vaak mogelijk even heenging om te zien hoe het hem verging.
Jochem lag aan het raam en ’s nachts stond de maan schuin in het raam en nam dezelfde kleur aan als het gezicht van Jochem alsof de maan het ook niet lang meer zou maken, maar later verdween de maan achter een wolk en de boom schudde in de wind.
Oom Henry kwam vroeg in de ochtend langs, zijn overhemd was gekreukt alsof hij er in geslapen had, te moe was geweest om het hemd uit te trekken, maar je kon aan zijn gezicht zien dat hij niet geslapen had die nacht, hij bracht zijn dame uit de kroeg en nicht Louisa met zich mee.
Ze stonden naast elkaar aan het voeteneind en keken naar het weggezakte gezicht van de zieke op het bed, oom Henry en ook nicht Louisa deden een aantal keer hun mond open, maar geen van hen kon de kracht opbrengen te vertellen wat oom Henry gisteravond over de telefoon te horen had gekregen.
Eerst zijn moeder, toen zijn vader, zijn zussen, zijn broers, een voor een of soms ook twee tegelijk, en nu tante Maria, waarvan alleen oom Henry en zijn dame uit de kroeg en nicht Louisa wisten waarvoor ze op reis was gegaan. En de enigen waren om het te vertellen aan de zieke Jochem, die van niets wist.
Jochem deed zijn ogen open en zag de drie mensen aan het voeteneind staan, versteende beelden die over hem waakten, dezelfde die hij in zijn droom zag toen de maan verdwenen was en buiten uit de stam van de boom een gedaante met een zomerhoed stapte, een gedaante met een zomerjurk zwart als grafiet en zijn oudste zus als laatste. Ze bleven staan onder de boom en keken schuin omhoog door het raam op de eerste verdieping van het houten huis, waar het gezicht van Jochem zwevend op het lichtgevende kussen lag.
Jochem voelde zich daarna beter en kon in slaap vallen.
Nicht Louisa en oom Henry en zijn dame uit de kroeg gingen na een tijdje weg en Jochem bleef alleen achter, oom Henry deed de deur achter zich dicht, zoals hij over een of twee of drie of vier dagen als eerste een schep aarde in de kuil zou gooien.